OfficeHeart Blog

Kop- en voetteksten in sjablonen

Toegevoegd op 21-10-2014 door OfficeHeart in Documenten WordEditor
image

Het juist instellen van kop- en voetteksten in sjablonen kan soms lastig zijn. Staan deze eenmaal goed dan hoeft er nooit meer naar om te worden gekeken.

Deze toelichting is gebaseerd op MS Word 2013.

 

  • Maak een nieuw leeg document
  • Voeg op pagina 1 een koptekst in. 



  • Haal de standaard tekst [Typ hier] weg en zet in de koptekst dat gene wat er moet komen te staan. Bv. een logo
  • Scrol naar onderaan de pagina en zet daar in de voettekst de gewenste tekst en of afbeeldingen.
  • (het bewerken van een kop- en voettekst kan worden beeindigd door ergens op het midden van de pagina te dubbelklikken of de knop Kop- en voettekst sluiten rechtsboven te gebruiken)

 

Als op elke pagina in het document altijd dezelfde kop- en voetteksten worden gebruikt zijn is het document nu voor wat betreft de kop- en voetteksten gereed.

Wanneer er op pagina 1 andere kop- en voetteksten moeten worden gebruikt dan op de andere pagina's dan moeten de volgende stappen nog worden doorlopen;

 

  • Ga naar het begin van het document en voeg hier een doorlopend sectie-einde in.



  • Om te kunnen zien in welke sectie de cursor staat kan de sectie op de statusbalk worden aangezet. Dit kan door met de rechtermuisknop op de statusbalk de klikken en optie Sectie te selecteren.



  • De sectie waarin de cursor zich bevindt wordt nu weergegeven in de statusbalk;



  • Ga naar pagina 2 (door of een aantal enters te doen, of met een CTRL-Enter naar de volgende pagina te gaan). Op pagina 2 staan nu dezelfde kop- en voetteksten zoals zojuist op pagina 1 ingesteld.
  • De cursor staat nu dus in sectie 2 op pagina 2.
  • Dubbelklik op de koptekst van pagina 2 (deze is nu dus nog hetzelfde als op pagina 1).



  • Let op het verschil in sectie. De voettekst van pagina 1 is sectie 1, de koptekst op pagina 2 is sectie 2 (dat komt dus door het op pagina 1 ingevoegde doorlopende sectie-einde).
  • Rechts van de koptekst op pagina 2 wordt aangegeven dat deze koptekst gelijk is aan de voorgaande koptekst.
    In dit geval moet dit dus niet zo zijn. De koptekst kan worden losgekoppeld van de voorgaande koptekst. Dat kan met de knop 'Aan vorige koppelen' (rood gearceerd in de knoppenbalk in bovenstaande afbeelding). Klik op deze knop om de koppeling tussen de kopteksten ongedaan te maken.
    De tekst 'Zelfde als vorige' wordt dan niet meer getoond en de inhoud van de koptekst op pagina 2 is nog gelijk aan die van pagina 1.
    De inhoud van de koptekst op pagina 2 (sectie2) kan nu worden aangepast zonder dat dit invloed heeft op de koptekst van pagina 1.
  • Voor de voettekst geldt precies hetzelfde. Deze dient ook los te worden gekoppeld van de voorgaande en zijn eigen inhoud te krijgen.
    Alle volgende pagina's (pagina 3 en verder) krijgen nu dezelfde kop- en voettekst als op pagina 2 sectie 2 gedefinieerd.

 

Nu zijn de kop- en voetteksten goed ingesteld.

Plaats de gewenste OfficeHeart samenvoegvelden in het document en pas de standaard tekst aan zoals deze moet zijn.

Verwijder de lege regels zodat alleen pagina 1 overblijft (door de enters of de CRTL-Enter te verwijderen). Let op: het sectie-einde op pagina 1 moet dus blijven staan.

 

Sla het document op en upload dit document in OfficeHeart als sjabloon.

Controleer een sjabloon altijd vanuit OfficeHeart door een testdocument aan te maken.